Home Nieuws De praktijk Het team Dieren Contact

Gezelschapsdieren

Landbouwhuisdieren

Paarden

Honden

Hartproblemen bij hond en kat

Vaccinaties

Vlooien & teken

Ontwormen

Chippen

Op vakantie

Castratie/Sterilisatie

Voeding

Huidproblemen

Gebit

De oudere hond

Hartaandoeningen

Schildklierprobleem

Suikerziekte

Veel voorkomende aandoeningen

Voortplanting

Gedragsproblemen

Euthanasie

Links

We zien regelmatig hartproblemen bij honden en katten. Zowel bij jonge als oude dieren kunnen hartaandoeningen voorkomen.
De meest voorkomende problemen bij de hond zijn:

  • Slecht sluitende hartkleppen (klepinsufficiŽntie)
  • Een uitgerekte hartspier (dilatoire cardiomyopathie)
  • Aangeboren hartafwijkingen

KlepinsufficiŽntie

Ongeveer 80% van alle honden met hartproblemen heeft een klepinsufficiŽntie. Meestal zijn dit dieren van middelbare leeftijd en meestal betreft het de linker hartklep tussen de linkerboezem en linkerkamer. Deze klep (ook wel Mitraalklep genoemd) sluit niet goed, waardoor er bloed tijdens het pompen van het hart terugstroomt van de kamer naar de boezem. Dit terugstromen van bloed veroorzaakt wervelingen. Wanneer de dierenarts naar het hart luistert, hoort hij/zij deze wervelingen als een hartruis.
De belangrijkste oorzaak is endocardiose ofwel degeneratie van de klep. Dit komt bij bepaalde rassen veel voor: bij de Cavalier King Charles Spaniel, de teckel, Yorkshire terriŽrs en andere kleine terriŽrs.

Soms is de klep al bij de geboorte niet goed ontwikkeld, dit zien we vooral bij Bull TerriŽrs, Duitse herders, Retrievers, Bull Mastiffs en bij de kat.
Bovendien kan klepinsuffiŽntie ontstaan als gevolg van cardiomyopathie of bij ontsteking van de hartspier door een bacteriŽle infectie.

Door het voortdurende terugstromen van het bloed van de kamer naar de boezem, begint uiteindelijk de boezem op te rekken. De spier van de kamer wordt juist dikker omdat het hart harder moet werken om voldoende bloed rond te pompen.
Wanneer we nu een rŲntgenfoto maken van de borstkas van de hond, zullen we zien dat het hart groter is dan normaal.

Het uitgerekte hart drukt bovendien op de luchtwegen en veroorzaakt zo een vervelende luide hoest. Er kan stuwing optreden waardoor er vocht in de longen komt (longoedeem). Dit geeft een zachte hoest waarbij het dier veel vocht kan opgeven.
De belangrijkste symptomen van klepinsuffiŽntie zijn:

  • verminderd uithoudingsvermogen
  • snelle ademhaling/hijgen
  • snelle hartslag
  • hoesten
  • flauwtes

De diagnose wordt meestal gesteld door te luisteren naar het hart en door te kijken naar de symptomen. Soms is het nodig om een rŲntgenfoto te maken. En ook kan het verstandig zijn om een echo of ECG te laten maken.
Niet elke hond met een hartruis heeft medicatie nodig. Wanneer het dier wel een hartruis heeft, maar verder geen symptomen van hartproblemen is het niet nodig om medicijnen te geven. Wel is het verstandig om het dier jaarlijks te laten controleren door de dierenarts en zelf alert te blijven op bovenstaande symptomen.
Dieren met een lekke hartklep die wel symptomen vertonen, zijn over het algemeen goed te behandelen met medicijnen. Meestal gebruiken we een combinatie van een vochtafdrijvend middel (plaspil) met een bloeddrukregulerend middel (ACE remmer) en een middel dat zorgt dat de hartspier beter kan samentrekken (vetmedin). Het is afhankelijk van de ernst van de aandoening welke combinatie medicijnen we gebruiken. Wel is het nodig om levenslang met de medicatie door te gaan.

Uitgerekte hartspier

Dit is meestal een erfelijke aandoening en komt vooral voor bij de grote rassen zoals: Ierse Wolfshond, Dobermann, Boxer, Leonberger, St.Bernard etc.
De symptomen ontstaan vaak bij dieren die 2 tot 5 jaar oud zijn. Het komt meer voor bij reuen dan bij teven. Het begint met een slechter uithoudingsvermogen. In ernstige gevallen komt acute sterfte voor. De honden hebben vaak een slechte eetlust waardoor ze vermageren. Ook zijn ze vaak benauwd als gevolg van vocht in de longen. Soms krijgen ze vocht in de buik waardoor de buik opzwelt en aanvoelt als een ballon. Ze hebben een zeer snelle pols.

De diagnose wordt gesteld door middel van het voelen naar de pols, het luisteren naar het hart en door te kijken naar de symptomen. Soms is het nodig om een rŲntgenfoto te maken. En ook een echo en ECG leveren nuttige informatie op.
De behandeling is afhankelijk van het stadium maar bestaat meestal uit een combinatie van plaspillen, een bloeddrukregulerend middel, een hartspierversterkend middel(Vetmedin) en soms medicatie om hartritmestoornissen tegen te gaan.
Helaas is de prognose vaak niet zo goed. De overlevingsduur varieert van 2 maanden tot 2 jaar (gemiddeld)

Aangeboren hartafwijking

Bovenstaande aandoeningen kunnen aangeboren zijn. Ook zien we nog andere aangeboren hartafwijkingen zoals openingen in de wand tussen de beide boezems of kamers en andere fouten in de ontwikkeling van het hart en de omliggende grote bloedvaten.
Deze aandoeningen leiden soms al tot sterfte van de pups in de eerste levensdagen. Andere worden pas ontdekt bij de eerste inenting van de pup. Niet altijd hoeft een hartruis bij een pup een ernstige afwijking te betekenen. Soms is dit een puur fysiologische ruis die verdwijnt wanneer het dier wat ouder is. Maar wanneer een pup achterblijft in de groei, snel moe is, hijgt, hoest of flauwtes heeft, wijst dit wel op een ernstig probleem. In deze gevallen is verder onderzoek nodig, echo/ECG/rŲntgenfoto om de oorzaak vast te stellen. Soms kan het probleem door middel van chirurgie verholpen worden. Hiervoor moet u wel naar een specialist.

Hartproblemen bij de kat

Bij de kat komt ook de klepinsufficiŽntie voor, dit geeft dezelfde symptomen als bij de hond. Een uitgerekte hartspier komt bij de kat zeer zelden voor. Maar een aandoening welke bij de kat wel vaak voorkomt is de verdikte hartspier (hypertrofische cardiomyopathie).

We zien deze aandoening vooral bij raskatten zoals de Maine Coon en de Britse Korthaar. En dan met name bij mannelijke dieren rond de leeftijd van een jaar. Het is nog niet bekend waardoor het precies wordt veroorzaakt. Mogelijk spelen voeding, narcose, verhoogde bloeddruk, vernauwingen in de aorta, overmaat aan groeihormoon of een te snelle schildklierwerking een rol.

In het beginstadium is vaak alleen een hartruis te horen en soms een afwijkend ritme (galopritme). Verder vertoont de kat nog geen symptomen. Doordat de wand van de hartspier dikker wordt, ontstaat er een verhoogde druk in het hart. Dit veroorzaakt longoedeem (vocht in de longen) en vocht in de borstkas. Het dier zal hijgen en benauwd zijn. Er ontstaan ook bloedstolsels in de aorta. Als hier deeltjes van loslaten, kunnen die in de nauwe bloedvaten vastlopen (trombose). Dan zien we een kat die plots verlamd is aan de achterpoten of aan een voorpoot. De katten hebben dan erg veel pijn. De voetjes voelen koud aan en er is geen pols te voelen in de lies. De ernstige symptomen treden vaak acuut op en daardoor is de prognose meestal slecht.

We proberen katten met cardiomyopathie te behandelen met bloedverdunners (acetylsalicylzuur), bloeddrukverlagers (ACE-remmers), plaspillen en medicatie om ritmestoornissen tegen te gaan (betablockers).

Het Want 4
8802 PV Franeker
0517 - 392100
   

Disclaimer